Wimsalabim

Op de fiets van Alaska naar Vuurland

Kettle Valley Railway

Posted on | september 14, 2011 | 4 Comments

Marco en Annelies zijn op Calgary gevlogen en komen na twee dagen fietsen aan op de camping in Banff, waar ik een dag eerder mijn tent had opgezet. Ik had me erop verheugd om ze na twee maanden weer te zien en geniet erg van het gezelschap.

Het plan is om de Kettle Valley Railway (KVR) te fietsen, een voormalige spoorweg die geschikt is gemaakt voor wandelaars en fietsers. Het onverharde traject van 650 kilometer is onderdeel van de Trans Canada Trail. De route is tot in detail beschreven in een gids die ver voor vertrek al vanuit Canada in Nederland was bezorgd. Vanuit Banff is het eerst zo’n 600 kilometer verhard naar Castlegar, waar de trail start.

Via Vermilion Pass komen we in Kootenay National Park waar we de Continental Divide passeren. Dit is de natuurlijke waterscheiding die bepaalt of het water naar de Stille of de Atlantische oceaan stroomt. De Continental Divide loopt van Alaska door Canada naar de ‘lower 48’ van de Verenigde Staten door het gebergte dat tot de Rocky Mountains behoort. Hier is het tevens de grens tussen Alberta en Britisch Columbia, maar niet de tijdgrens zoals bij Jasper wel het geval was.

In Kootenay NP slaan we ons kamp op en bezoeken de Paint Pots, natuurlijke waterbronnen met een hoog ijzergehalte waardoor de aarde geelrood van kleur is. First Nations – en later de Europeanen – gebruikten de aarde als pigment voor verf. De volgende dag fietsen we nog de hele dag over de highway door het park met aan weerszijden hoge bergketens. Over de Sinclair Pass dalen we af naar het toeristische Radium Hotsprings. Deze warmwaterbronnen zijn dusdanig bebouwd, dat het meer op een tropisch zwemparadijs met een buitenbad lijkt.

Highway 93 naar Cranbrook is een lang stuk horizonvervuiling door de vele billboards waarop de exclusieve percelen, appartementen en villa’s worden aangeprezen. Het is één van de weinige dagen dat we onderweg even regen hebben. Vlak voor Cranbrook bezoeken we Fort Steele, een voormalig fort dat zorgvuldig in oude glorie is hersteld. In de straten lopen we langs gebouwen waar vrijwilligers oude ambachten uitbeelden en hebben een leuk gesprek met een ouder stel dat ons een broodje jam en een glas citroenwater aanbiedt.

Over highway 3 gaan we naar Creston en daarna over 3a noordelijk naar Kootenay Bay, waar we de gratis ferry over Kootenay Lake nemen. In Balfour komen we terecht op een camping dat nog een camping moet worden. Rick, één van de vaste bewoners, luistert onze avond op met zelfgeschreven gitaarmuziek en gedichten. In een ver verleden heeft hij ook lange fietstochten door Canada gemaakt. De dag erop komen we aan in Nelson, een stadje met een artistieke gemeenschap en een gezellig centrum. Hier hebben we een rustdag gepland in verband met mijn verjaardag. Dat wordt gevierd met een lunch en ‘s avonds pizza op het terras. ‘s Ochtends skype ik met de hele familie, inclusief opa en oma, die gezamelijk achter de laptop zijn gekropen.

We wisselen de lange dagen af met kortere, waardoor we relaxed westwaarts gaan. ‘s Ochtends zijn we rond half acht op en vertrekken pas na twee koppen koffie, rond de klok van tien. Marco en ik rijden afwisselend op kop, Annelies trapt dapper mee. Marco had voor vertrek ook al de nodige kilometers in de benen, ter voorbereiding op de Tour for Life, eind augustus.

Na tien dagen komen we aan in Castlegar waar we ons opmaken voor de Kettle Valley Railway. Feitelijk horen de eerste 150 kilometer toe aan een andere voormalige spoorweg die erop aansluit. De gehele route zit voor de zekerheid ook in de gps. De eerste dag begint met een klim van 60 kilometer naar een hoogte van 1500 meter, met een stijgingspercentage van 1 tot 2%. Op dergelijke klimmen verlaat je de bewoonde wereld omdat de spoorlijn dan afbuigt van doorgaande wegen die doorgaans veel steiler zijn. Dit betekent o.a. dat je voldoende water mee moet nemen. Fysiek is het over het algemeen niet echt zwaar, maar deze eerste klim is eentonig door het bos met weinig uitzicht. Af en toe passeren we een brug of tunnel, de langste tunnel is bijna 1 kilometer lang en onverlicht. Wat omhoog gaat, gaat ook weer naar beneden en zo dalen we aan het eind van de dag 35 kilometer af naar Christina Lake. Het fietsen op – soms erg ‘loose’ – gravel vergt een concentratie dat vergelijkbaar is met mountainbiken. Dit alles maakt dat we nog niet echt razend enthousiast zijn.

Na een lange tweede dag houden Marco en Annelies de KVR voor gezien, ze hebben er weinig schik van. Daar heb ik begrip voor, want de trail is ook bepaald niet wat ik ervan had verwacht. Desondanks besluit ik om door te gaan, want het mooiste moet volgens de gids nog komen. Dit betekent dat we vijf dagen apart fietsen. Om het toch nog een beetje gezellig te houden, zoeken we telkens een camping uit waar we elkaar aan het einde van de dag ontmoeten.

In dit deel van Britisch Columbia, langs de grens met de Verenigde Staten, wordt veel fruit en groente verbouwd. We zitten zo dicht bij de grens dat Marco en Annelies nog even een stempel in hun paspoort scoren door Oroville te bezoeken. Ik maak een paar lange dagen, op het onverharde ligt de snelheid toch lager.

De klim naar de hoogste pas op de route gaat bijna ongemerkt vanwege het stijgingspercentage van minder dan 1%. De gevolgen van de brand in Myra Canyon zijn nog goed zichtbaar, de bomen zijn nog zwart en kaal. Bijna alle 20 bruggen op dit tien kilometer lange traject gingen (deels) verloren en zijn door vrijwilligers weer volledig hersteld. De spoorlijn maakt een grote bocht door de canyon waardoor het uitzicht indrukwekkend is.

Bij een ijscostop ontmoet ik twee dames uit het naburige Kelowna. Een van hen heeft een foto bij zich, van een gehavende Johnny Hoogerland uit de tour van dit jaar, als motivatie voor haar sportieve doelstellingen. Op de afdaling halen ze me in als ik mijn eerste lekke band sinds het begin van mijn trip sta te vervangen. ‘s Avonds ontmoet ik Marco en Annelies op de camping aan Skaha Lake in Penticton. Een druk vakantieoord tussen twee meren met navenant hogere prijzen. Hier houden we een rustdag en genieten we van heerlijk strandweer.

Van Penticton gaat het naar Princeton, een lange en warme dag. Het droge gravel voorziet mij weer van een mooi laagje stof. Ik kom zowel mensen op de mountainbike tegen die een dagtrip doen als mensen op een lange trip met volle bepakking. Over het geheel genomen is het erg rustig op de trail, soms kom ik uren geen mens tegen. Op een lang zanderig stuk ligt een man in de berm te slapen. Hij schrikt wakker en probeert zijn te kleine shirt over zijn dikke buik te trekken, wat niet lukt. Uitgeput en zonder water. Ik heb mijn flessen net voor sluitingstijd in een winkeltje gevuld en vul zijn bidon. In de lange afdaling naar Princeton kruist een coyote mijn pad. Na 135 kilometer ben ik in het plaatsje waar ik bij de eerste de beste gelegenheid een pizza naar binnen werk. Het is al donker als ik op de camping aankom, waar ik Marco en Annelies vind.

Naar Hope, het eindpunt van de KVR, is het nog twee dagen fietsen. Eerst passeer ik het spookstadje Coalmount met het gelijknamige hotel dat enkele dagen per week voor bezichtiging is geopend. Na 75 kilometer kruist de trail highway 5, hier vind ik een mooi kampeerplekje aan de rivier. De volgende dag sta ik op in de wetenschap dat het nog 85 kilometer is naar Hope, waarvan 60 kilometer afdalen. Na 7 kilometer is de weg versperd door een aardverschuiving, wat keurig in de gids staat vermeld. Ijverige scouts hebben een pad gemaakt dat voor wandelaars al een uitdaging is, steil omhoog en klauteren over losse stenen. Dat staat niet in de gids. Ik sleep mijn fiets en tassen in vier bewegingen over het 500 meter lange pad en vervolg mijn weg. Even verderop is er nog een aardverschuiving waar ik onmogelijk langs kan, bij elke stap zak ik een halve meter weg. In de gids staat een foto van vier vrolijke mensen die over een smal pad de overkant halen, grr… Ik moet terug en sta om twaalf uur op de plek waar ik die ochtend om negen ben vertrokken. Daar klauter ik – weer vier keer – het steile talud van highway 5 omhoog waar enkele verbaasde blikken mij ten deel vallen. Na tien kilometer over de highway probeer ik nog een keer de trail op te pakken, maar het is hopeloos slecht. Zo leg ik de laatste 80 kilometer af over de drukke en lawaaiige highway. Door alle toestanden ben ik net te laat in Hope voor het verjaardagsfeestje van Annelies. Wel heb ik onderweg een toepasselijk verjaardagskado gevonden: een honderd jaar oude klinknagel als aandenken aan haar twee dagen op de KVR.

Van Hope is het nog 150 kilometer naar Vancouver. We verblijven drie nachten op een dure luxe camping, die we als uitvalsbasis gebruiken voor onze bezoeken aan Vancouver. Daarna hebben we voor twee nachten een Warmshowers adres, vlakbij het vliegveld aan de zuidkant van de stad. Vancouver is een superrelaxte stad met strand aan een koude zee. Een jonge stad met veel Aziatische inwoners.

Op onze laatste gezamelijke dag fietsen we ruim 50 kilometer door de stad en Stanley Park, waar een groot aantal totempalen staat. In de haven liggen twee grote cruiseschepen, waaronder de Zuiderdam die ik ook in Skagway heb gezien. ‘s Avonds nemen we Mary, onze fantastische host, mee uit eten. De volgende ochtend fiets ik met Marco en Annelies naar het vliegveld om ze uit te zwaaien. En dan ben ik na ruim drie weken weer heel onwennig alleen.

23 juni t/m 16 augustus

Foto’s: Canada – Kettle Valley Railway.

Comments

4 Responses to “Kettle Valley Railway”

  1. Freddie
    september 15th, 2011 @ 11:41 am

    Hee Wim, het Canada stuk nu achter de rug, erg grappig om alle namen voorbij te horen komen waar ik vorig jaar langs ben getrokken, mooie foto’s!

  2. Bert en Luchien
    september 21st, 2011 @ 6:39 pm

    Hoi Wim,
    Wat heb je weer een mooi verslag geschreven en Bert en ik hebben genoten van de prachtige foto’s. Diep respect voor jou en wij wensen je een voorspoedige fietstocht toe en kijken weer uit naar een volgend verslag.
    Liefs en succes, Bert en Luchien.

  3. cos
    september 22nd, 2011 @ 7:33 am

    haai,
    zomaar zo te lezen gaat het goed
    Wim ga zo door nu nog maar de foto´s kijken
    en dan ben ik weer op bij
    groetjes en fiets maar Wim
    cos zeg dag en tot horens

  4. Geert de Letter
    januari 20th, 2013 @ 6:11 pm

    Beste Wim,

    allereerst weer welkom in Nederland! Zo te zien een hele bijzondere ervaring achter de rug. Ik ben op je site terecht gekomen omdat ik me orienteer om eind mei 2 weken te fietsen tussen calgary en vancouver, mogelijk specifiek de kettle valley railway. Zodoende was ik benieuwd of ik je hierover wat vragen kan stellen. Ik hoor graag van je. alvast bedankt en succes met de acclimatisatie en het genieten van de herinneringen.

    mvg.

    Geert

Leave a Reply