Wimsalabim

Op de fiets van Alaska naar Vuurland

Afzien met Vic ;-)

Posted on | januari 20, 2012 | 4 Comments

De aankomst van Vic in Las Vegas is knallend. In de drukke aankomsthal explodeert de voorband van zijn fiets. Verbouwereerd en met piepende oren worden we door de geschrokken menigte aangestaard. “You scared us to death” krijgen we te horen van een man op leeftijd. Tot onze verbazing komt er geen enkele beveiliger polshoogte nemen.

Vic is voor twee weken overgekomen uit Nederland om mij te vergezellen naar San Francisco. Hier had ik me al een tijdje op verheugd. De geplande rustdag in Las vegas gebruiken we om de gesprongen velg en band te laten vervangen. Hoopvol laten we de fiets in een goed geoutilleerde bikeshop achter. Aan het einde van de dag blijkt dat het achterwiel van een nieuwe velg is voorzien. Het voorwiel verkeert nog in dezelfde miserable staat. Het personeel is die dag niet voor etenstijd thuis.

Ik breng die dag een bezoek aan een medical clinic vanwege aanhoudende oorpijn. Er wordt een ooronsteking geconstateerd en binnen vijf minuten sta ik – 150 dollar lichter – weer buiten met een recept voor antibiotica en oordruppels.

Om vijf over tien ‘s avonds staan we bij de kaartverkoop voor de indrukwekkende rollercoaster in het casino New York, New York. 13 jaar geleden op exact hetzelfde tijdstip stond Vic hier ook. Toen sloten ze om tien uur, tegenwoordig om middernacht. We zien alle hoeken van het casino. Aan de buitenkant weliswaar. Geweldig. We sluiten de lange dag af met een hapje in het Hard Rock Cafe.

In stijl nemen we de volgende dag afscheid van Las Vegas. Over de “strip” fietsen Chris, Vic en ik de stad uit. Omhoog, want Las Vegas ligt in een dal. Heerlijk weer en de wind in de rug. We zetten koers richting Death Valley. In de zomer geen aanrader op de fiets, in de winter prima te doen. De jetlag en twee korte nachten spelen Vic parten op de eerste fietsdag. Slappe benen en misselijk.

Na een goede nachtrust en een korte tweede dag is Vic weer de oude en zijn we klaar voor Death Valley. We gaan het park aan de zuidoostkant binnen. Een stille weg van 70 mijl zonder services. Na een klim volgt een lange afdaling en belanden we onder zeeniveau. Een bijna onheilspellend woest en kaal landschap waar we de enigen zijn. Het grote genieten. Eenmaal op de bodem van de vallei een fantastisch uitzicht over de enorme vlakte. In eerste instantie spaarzame groene vegetatie en later het wit van zout. De kleurschakeringen van de bergen zijn ook bijzonder mooi.

Bad Water is het laagste punt in Noord Amerika. Vanaf hier wordt het drukker. De meeste mensen bezoeken dit punt vanuit tegenovergestelde richting. We overnachten op de camping in Furnace Creek en genieten van een mooie zonsondergang.

Death Valley uit gaat over een pas van 5000 feet. Qua hoogtemeters vergelijkbaar met het beklimmen van de Mont Ventoux. De Mont Ventoux deed ik op de racefiets ooit in anderhalf uur. Deze pas kost ons vijf uur. Op 2000 feet eten we pasta in de camper van Stephen en Fiona. Stephen is een Iron Man en weet wat fietsers nodig hebben. Omdat hij jarig is, krijgen we ook nog een groot stuk chocoladetaart.

Vlak voor de top begint het licht te regenen en daalt het kwik naar drie graden. Een groot verschil met het heerlijke weer beneden. De afdaling is zes mijl lang en in tegensteling tot de klim erg steil. Binnen een half uur zijn we een groot deel van de geklommen hoogtemeters weer kwijt. Het is donker als we Paramint Springs binnen fietsen. Een motel is na zo’n dag wel erg aantrekkelijk. En de pizza hebben we verdiend.

We vervolgen onze weg zuidwaarts door een vallei parallel aan Death Valley. Wederom een lange rustige weg zonder services. Dat is precies wat we willen. We voelen ons nietig in het weidse landschap met fantastische vergezichten. De zon schijnt ongenadig, ik verbrand voor de zoveelste keer mijn neus. We kamperen op de fairgrounds in Ridgecrest. Door de koude vochtige nacht zit er ‘s ochtends een dun laagje ijs op het tentdoek.

Na Ridgecrest gaan we over de highway 178 richting Bakersfield. Goede keus. We klimmen tussen de Joshua trees door naar de pas waar verse sneeuw ligt. Het landschap wordt vriendelijker. Weelderig groen, heuvelachtig en zelfs een riviertje. Zo nu en dan een gehucht waar soms iets te koop is. Een koude nacht op een luxe KOA camping met bar. Hier wordt ik door zowel Vic als Chris ingemaakt met een potje poolbiljart.

De resterende 55 mijlen naar Bakersfield gaan slingerend naar beneden door een nauwe canyon. De weg is druk, maar de omgeving is erg de moeite waard. Bakersfield blijkt een weinig aantrekkelijke stad met een Rabobank.

Op Thanksgiving nemen we afscheid van Chris. Vic en ik willen langs de kust omhoog naar San Francisco. Chris gaat door het binnenland. Chris en ik spreken af om elkaar in San Francisco weer te ontmoeten. Het stukje naar de kust doen Vic en ik met de auto. We herhalen het trucje van de goedkope huurauto en dito fietsendrager. Highway 58 naar San Luis Obispo blijkt een heerlijk binnendoorweggetje die we graag hadden willen fietsen. Als we meer tijd hadden gehad.

San Luis Obispo is een voormalige missiepost en heeft onmiskenbare Spaanse invloeden. De sfeer in het stadje spreekt me erg aan. We laten de auto op het vliegveld achter en fietsen de 20 kilometer naar Morro Bay aan de kust. Hier vinden we een plekje op een state park. We maken kennis met een andere fietser, Gabriël. De configuratie van zijn fiets is opmerkelijk. Achter heeft hij twee emmers gemonteerd waar twee identieke emmers met zijn spullen inpassen. Aan het voorwiel twee helften van een skateboard als ophangsysteem voor twee tassen.

Het klimaat aan de kust is een stuk milder. Maar ik ben narrig. Na acht dagen lijkt mijn ooronsteking nog niet veel minder te worden. Het fietsen gaat de laatste dagen moeizaam. Normaal gesproken ben ik de sterkere fietser, maar dat voelt nu absoluut niet zo. Aan de kust maken we ongemerkt veel hoogtemeters. Het gaat op een neer. Veel mooie kampeerplekjes. We belanden echter in een prijzig hotel. Ik zit er flink doorheen en heb geen puf meer voor de resterende vier mijl naar de campsite. Om acht uur kruip ik onder de wol.

De kust is ontegenzeggelijk mooi. De Big Sur is alom bekend. Een ruige rotsachtige kustlijn met woeste golven. Mooie stille strandjes waar surfers de golven proberen te bedwingen. Veel mensen zijn er opuit getrokken in het lange Thanksgiving weekend en het is druk op de weg. Ten noorden van de Big Sur is een kolonie Elephant Seals. De luilakken trekken veel bekijks. We zien ook pelikanen, aalscholvers en zilverreigers.

Verder naar het noorden komen we door landbouwgebied. Artisjokken, spruiten en aarbeien. Veel aardbeien. Enorme velden die worden bevolkt door latino’s. Eindeloze rijen aarden wallen bedekt met plastic. Een mannetje met een gasbrander brandt er gaten in. De geur van brandend plastic kriebelt in onze neusgaten. Achter hem een ander mannetje die gaatjes in de aarde prikt. Alle anderen poten de plantjes.

Na paar pittige dagen langs de kust komt San Francisco in zicht. We vieren onze laatste kampeernacht met een fles Californische wijn bij het kampvuur. Mijn antibioticakuur afgelopen, dus het mag weer. Niet dat ik geheel hersteld ben, maar dat is een ander verhaal.

Het motel ligt op drie kilometer afstand van het vliegveld. De gps wijst ons zonder problemen de weg. Met de bus bezoeken we downtown. In het financial district heeft de Occupy beweging haar kamp opgeslagen. Indrukwekkend hoge gebouwen. Wat een verschil met de eindeloze vlakten waar we kortgeleden nog fietsten. We evalueren onze trip onder het genot van een vierkante pizza. Het was een wederzijds genoegen. Ik heb afgezien, maar vooral enorm genoten.

Op de fiets naar het vliegveld is altijd een uitdaging. Tussen de auto’s bewegen we ons richting de juiste terminal. We worden opgemerkt door de politie en krijgen prompt een escorte. Thanks! Na twee geweldige weken stapt Vic met twee nieuwe velgen op het vliegtuig naar Nederland. Tot over een jaar!

Periode: 13 t/m 29 november 2011
Foto’s : USA – Afzien met Vic
Route : http://g.co/maps/bgnb7

Comments

4 Responses to “Afzien met Vic ;-)”

  1. vic
    januari 20th, 2012 @ 11:11 am

    ..sprekende titel..mooi verhaal..

  2. Yvonne
    januari 20th, 2012 @ 11:54 am

    Het is nu ruim een maand later. Hoe is het met je ooronsteking?

    Mooie foto’s weer. En wat is het verhaal van die hond? Of coyote?

  3. Bert ten Oever
    januari 20th, 2012 @ 1:36 pm

    Hoi Wim,
    Ik sluit me aan bij de vraag van Yvonne.
    Verder herken ik een paar plekken waar je geweest bent. Die klim uit Death Valley hebben wij ook gemaakt, vergezeld van 24 deelnemers aan een ‘run endurance’race van onderuit de Valley naar het hoogste punt. Gekkenwerk! Maar dat was hartje zomer.
    Die elephant seals hebben we toen ook gezien.
    Veel succes verder!

  4. Bert Lampe
    januari 21st, 2012 @ 6:05 pm

    Hoi Wim,
    hoe gaat het momenteel!!
    Lees zojuist jouw verhalen van de afgelopen maanden.(nu pas, moet ik eerlijk bekennen)
    Maar schrijf door, ik zal ze nu zeker volgen!!!!
    Veel fiets plezier

Leave a Reply