Wimsalabim

Op de fiets van Alaska naar Vuurland

Baja California Norte

Posted on | februari 28, 2012 | 3 Comments

De grens van Mexico met de Verenigde Staten. Is 3.326 kilometer lang. De meest gepasseerde grens ter wereld. Lukas en ik passeren in Tecate. Daarvoor fietsen we vanuit San Diego eerst zestig kilometer landinwaarts. Een weg door heuvelachtig landschap. We zien regelmatig een auto van de Border Patrol. Aan de Amerikaanse kant willen we ons I-94 formulier afgeven. Geen balie te bekennen. We overhandigen het aan een beambte op straat. Hij belooft het af te wikkelen. Vreemd. Aan de Mexicaanse kant is het allemaal een stuk duidelijker. We kopen een toeristenkaart. Geldig voor 180 dagen.

Dan staan we opeens in Mexico. Middenin Tecate. Een en al bedrijvigheid. Een geheel andere atmosfeer dan wat ik de afgelopen zeven maanden ben gewend. Mijn eerste gedachte is een ongeorganiseerde drukte. Even omschakelen. Na enig zoeken vinden we ons hotel. Lukas haalt een sixpack Tecate bier. Een groot merk in Mexico. Proost! Via Facebook ontdekken we dat we niet de enige fietsers in Tecate zijn. Michael en Karin uit Canada zitten een hotel verderop. Vorig jaar begonnen aan hun vijf jaar durend fietsavontuur. Lukas kent ze al. Ze hebben gezelschap van Yahel uit Israël. We eten heerlijke burrito’s aan de overkant van de straat.

Baja Calafornia is het op één na grootste schiereiland ter wereld. Aan de westkant de Grote Oceaan en aan de andere kant de Sea of Cortez. Een populaire vakantiebestemming voor veel Amerikanen. Vooral het uiterste zuiden met de enorme hotelcomplexen. De enige highway kronkelt tussen de west- naar de oostkust naar het zuiden. Door een dunbevolkt woestijngebied met de vele cactussen. Rondom de grotere steden vaak even druk met verkeer. Maar overwegend rustig, een behoorlijk wegdek en voornamelijk vrachtverkeer. Onverharde backroads zijn er des te meer.

Lukas en ik besluiten samen verder te fietsen. Lukas is in New York gestart en heeft tot dusver in zijn uppie gefietst. Hij is een ander type fietser dan ik. Hij kan en doet alles op de fiets. Insmeren met zonnebrand, foto’s maken, eten, verkleden, enz. Als hij fietst, wil hij stampen, kilometers maken. Ons tempo verschilt niet veel. Ik ben gewend om vaker te stoppen, vooral voor foto’s. Vooral in het begin even aanvoelen, maar we vinden een tussenweg. Gezelschap is ook wat waard.

Op weg naar Ensenada overnachten we op een school voor dove kinderen. Rancho Mudo. Opgezet door een Amerikaans echtpaar en nu onder de bezielende leiding van hun zoon Luke. Zwaar religieus en volledig afhankelijk van giften. Als het diner en ontbijt kenmerkend zijn voor het budget, dan is het uitermate krap. Elk weekend is er een groep jonge vrijwilligers van een Amerikaanse kerk uit Californië. Luke is bezig om het project uit te breiden naar acht scholen over heel Mexico. Zonder taal geen gedachten. Dat had ik nog niet eerder bij stil gestaan.

We doen de volgende dag een ruime donatie en stappen op de fiets voor een korte etappe naar Ensenada. Hier de Margarita uitgevonden. In bar Andaluz. Dat is een stukje geschiedenis dat we niet willen missen. Prima cocktails. ‘s Middags hebben we onze banden geïnjecteerd met een vloeistof die ons moet behoeden voor ongewenst lekrijden.

Rond een uur of negen zitten we meestal op de fiets. In de korte broek. Het kwik stijgt vooral in het binnenland vaak tot ruim boven de dertig graden. Met een felle zon. In Cataviña, midden in de woestijn, laat mijn fietscomputer 48 graden zien. Ik gedij goed onder deze omstandigheden. Lukas iets minder. We drinken veel water. En koele Coca Cola. Heerlijk.

San Vicente. Dat klinkt als een aardig plaatsje. Not. Een stoffig suf gat. Ons hotel idem dito. Niet echt “the place to be” op ouderjaarsavond. Maar wij zijn er. Geen gezellige plaza of andere publieke gelegenheid te bekennen. Met een sixpack Tecate bier halen we middernacht. ¡Feliz año nuevo! Nieuwjaarsdag is beter. Want ik fiets al weken met knijpertjes van opa en oma in mijn tassen. Ik deel een stukje Drentse cultuur met Lukas en de eigenaar van het hotel in San Quintin.

We stampen een paar dagen flink door, langs stoffige plaatsjes. Lukas heeft voor de zoveelste keer een gebroken spaak. Zijn verstandhouding met het nieuwste model van Tout Terrain is gespannen. Veel mankementen. En de fabrikant geeft tot zijn grote ergernis geen sjoege. Ik ben erg gelukkig met mijn Idworx.

Een enkele keer een militaire checkpoint. Ik wijs op mijn tassen met de woorden cocina, baño, ropa, casa pequeña y dormir. Vamos para La Paz. En we mogen zonder problemen door. Anderhalf jaar Spaanse les is verreweg onvoldoende voor het voeren van fatsoenlijke conversaties. Maar ik kan me verstaanbaar maken in standaard situaties. Voor de rest biedt de Van Dale op mijn iPod uitkomst.

Vanaf El Rosario gaat de highway weer het binnenland in. Door droge rivierbeddingen bereiken we de Desierto Central. Cactusland. Het gaat flink op en neer. En zoals vaak is het landschap dan vaak erg de moeite waard. Een woud van cactussen in allerlei maten en soorten. We schakelen een tandje terug. Hier willen we even van genieten.

Lange afstanden tussen de voorzieningen in de Desierto Central. We moeten kamperen. Dat doen we achter een klein wegrestaurant, tevens camping. Gratis. De sanitaire voorzieningen zijn nooit voltooid en in staat van verval. Geen douche. Wel een emmer met water. Onze directe buren zijn twee biggen. ‘s Nachts is het een komen en gaan van trucks.

Ontbijt. Eieren met kaas en spek, bonen, tortillas, jus en koffie. Voor minder dan 5 euro. We lijden geen honger. Ook de hotels zijn over het algemeen prima. Vaak met (langzaam) draadloos internet. In de meeste gevallen betalen we rond de 300 pesos (ruim 15 euro), een bedrag dat we door twee kunnen delen. Dat is een ander voordeel als je met zijn tweeën bent.

Via een uitgestrekte kaalgroene vallei verlaten we de Desierto Central. Het doet ons aan Mongolië denken. Waar we geen van beiden zijn geweest. Op zoek naar wederom een kampeerplek, komen we op de kruising met een backroad. El Pedregoso heet het gehucht. Enkel een klein wegrestaurant. En er staan twee fietsen voor de deur. Die van Maria en Nathan. Een Canadese en Fransman. Eveneens een gelegenheidsduo sinds San Diego. Zij hebben de backroad via San Felipe gefietst. De fiets van Maria bleek hiervoor niet echt geschikt. Het laatste stuk hebben ze gelift. Lukas en Maria hebben elkaar al eerder ontmoet. Op de Pacific Coast Trail in de Verenigde Staten. We mogen achter het restaurant kamperen.

Na het bekende ontbijt stappen we met zijn vieren op de fiets. Al snel gaan Lukas en ik er vantussen. We fietsen kilometers lang boven de 40 kilometer per uur. De wind werkt flink mee. Rond het middaguur staat er 75 kilometer op de teller. Vlak voor Rosarito treffen we twee Zwitserse meiden. Twee jaar geleden als individu gestart. In Vuurland, mijn eindbestemming. Ik geef hen mijn jaarpassen voor de nationale parken van de VS en Canada.

Maria en Nathan komen een paar uur later aan in Rosarita. We gaan samen eten. Ik vind Nathan niet sympathiek. Niets aan Amerika deugt. Frankrijk is the best. Onderbreekt conversaties met zijn slechte engels. Dramt als een klein kind. Knipt zijn teennagels op onze kamer zonder ze op te ruimen. Schuift ze onder het bed als we er wat van zeggen. Maria moet een erg geduldig persoon zijn.

De weg naar Guirrero Negro is een rechte weg van 80 kilometer. Door een kale woestijn. Iets ten noorden van Guerrero Negro staat een monument dat de 28e breedtegraad markeert. Tevens de grens tussen Norte en Sur. En ook de grens tussen de Pacific en de Mountain tijdzone. Het stadje aan de westkust blijkt een lange rechte ongezellige straat. We nemen een hotelkamer voor twee nachten. Maria en Nathan komen even later ook aan en bezetten de kamer naast de onze. Maria en ik boeken een whale watching tour voor de volgende dag. Op straat eten we chili rellenas.

Periode: dinsdag 27 december 2011 t/m vrijdag 6 januari 2012
Foto’s : Mexico – Baja California Norte
Route : http://g.co/maps/u4gq7

Comments

3 Responses to “Baja California Norte”

  1. Bert Lampe
    februari 28th, 2012 @ 7:14 pm

    Hoi Wim, doorschrijven zou ik zeggen, zal jouw tocht niet nadoen maar wel super leuk om te lezen. Fiets ze nog even:)

  2. Bernhard Bouwhuis
    februari 28th, 2012 @ 9:54 pm

    Ha die Wim,

    Zo te lezen gaat het prima daar!

    leuk om je belevenissen te lezen.
    Ik blijf je volgen,
    Goede reis!

  3. Yvonne
    maart 6th, 2012 @ 1:28 pm

    “zonder taal geen gedachten”… Heb ik wel veel over nagedacht. Doven kunnen wel zien, dus misschien “gedachten in beelden?”

    Was weer leuk lezen Wim!

Leave a Reply