Wimsalabim

Op de fiets van Alaska naar Vuurland

Cotopaxi

Posted on | september 29, 2012 | 4 Comments

De komende week staat in het teken van de beklimming van de Cotopaxi. Met 5897 meter de hoogste actieve vulkaan ter wereld. Ok, ok, er is één hoger, maar die wordt nooit genoemd:) Met dat vooruitzicht stap ik in Quito op de fiets voor de 100 kilometer naar Latacunga.

Ik trotseer 20 kilometer lang de roetzwarte uitlaatgassen bij het uitrijden van de hoofdstad. Via een klim en afdaling bereik ik de relatief rustige 6-baans Pan American Highway. Deze klimt 800 meter naar een hoogte van 3500 meter. Mooie vergezichten over het groene Andes landschap. Ik zit zowaar weer eens te zingen op de fiets! Halverwege krijg ik de Cotopaxi in het vizier. De top zit dik in de wolken.

Latacunga is een gemoedelijk en bedrijvig stadje. Nauwe straatjes met cobblestones en éénrichtingsverkeer. Hostal Tiana vind ik niet op het adres dat in de Lonely Planet staat vermeld. Ze zijn verhuisd, slechts een paar blokken verderop. Ik deel een 5-bed dorm met Isabel uit Barcelona.

Ik pak mijn rugtas voor de 3-daagse hike naar het Quilotoa kratermeer op 4000 meter. Voor het beklimmen van de Cotopaxi is acclimatiseren op hoogte noodzakelijk. Mijn fiets en de rest van de spullen gaan in de storage room. Halverwege de avond komt Chris ook binnen. Vanuit Quito met de bus. Hij heeft besloten om mij te vergezellen. Op de een of andere manier tref ik telkens Zwitsers op deze trip. Ik ben er blij mee. Aangenaam gezelschap en een prima klimmaatje voor de Cotopaxi. Chris heeft zijn Galapagos plannen laten varen. Vanaf de Galapagos kwam onlangs het trieste bericht dat Lonesome George – een reuzenschildpad die de laatste in zijn soort was – is overleden.

De volgende dag zitten Chris en ik in de bus naar Sigchos, het startpunt van onze hike. Vlak voor vertrek stapt Isabel ook nog in. En stapt samen met ons uit. Rond het middaguur beginnen we aan de 11 kilometer naar Isinlivi. Het is heerlijk weer. Met behulp van de gps vinden we onze weg over de smalle paadjes. Die volop worden gebruikt door de locals. We zijn duidelijk in het achterland, weg van de snelweg.

In Isinlivi nemen Chris en ik een kamer in de hostal Llullullama. Van dezelfde eigenaresse (Katrien) als Hostal Tiana in Latacunga. We zijn er samen met twee Nederlandse stellen. Een dame komt ook uit Zwolle. We genieten een heerlijke pastamaaltijd en dito ontbijt de volgende ochtend. De nacht is helder. Voor het eerst zie ik de Southern Cross, die op het noordelijk halfrond niet zichtbaar is.

Op de tweede dag zijn we opeens met zes. We lopen op met een Argentijns stel en een dame uit Zuid Afrika. Over een berghelling volgen we een rivier stroomafwaarts. We steken het water over en gaan steil omhoog. Via een gravelweg bereiken we Chugchilan. In de Cloud Forest Hostal betalen we $12 p.p. voor een kamer met diner en ontbijt. Het is fris op 3500 meter. De houtkachel gaat aan. Er staat kip op het menu.

Op dag drie gaat het eerst flink naar beneden en daarna steil omhoog naar 4000 meter. Met zijn zessen bereiken we het Quilotoa meer. Het uitzicht is alle inspanning waard, een mooie beloning! Via een soms spannend pad langs de binnenkant van de krater eindigen we het gelijknamige dorp. In de laadbak van een pickup – een normale vorm van vervoer sinds Midden Amerika – worden we naar het volgende dorp gebracht. Daar stappen we op de bus terug naar de hostal in Latacunga. We besluiten de dag met zelfgemaakte pizza’s van Pablo, de Argentijn uit Bariloche.

Vrijdag is een rustdag. Ik pak mijn spullen. De eerste laag bestaat uit Icebreaker onderkleding. De tweede laag is een fleecetrui en -broek. Plus softshell. Daarover de goretex (hardshell) laag. Check. Muts, buff, binnen- en buitenhandschoenen. Check. Met dubbele sokken stap ik in bergschoenen met stijgijzers. Pikhouweel, zonnebril en hoofdlamp. Check. Rugzak met drinken, eten en fototoestel. Ik ben er klaar voor! Op een website voor bergsport houden we de weersvoorspelling in de gaten. De weergoden lijken ons gunstig gezind.

Onze gids is Julian. Hij heeft al meer dan 500 keer op de top van de Cotopaxi gestaan. Het is bijzonder om te zien hoe gemotiveerd hij nog steeds is. Mogelijk draagt zijn hogere doel hier aan bij: de Mount Everest in 2014. Er gaan nog twee mannen uit de hostal mee, Davida uit Italië en Christian uit Denemarken. Zij hebben hun eigen gids.

Met de 4×4 rijden we het park binnen. Onderweg hebben we een fantastisch uitzicht op de machtige Cotopaxi. Het enthousiasme en ontzag voor de vulkaan stijgt. Vanaf de parkeerplaats klimmen we stapje voor stapje naar de refugio op 4800 meter. Langzaam, om overmatige inspanning en daarmee hoogteziekte te voorkomen. In de refugio drinken we thee, veel thee. Ook vocht is belangrijk. Na het eten ga ik naar buiten voor de zonsondergang. Even, want het is bar koud! In de verte zie ik Quito. De accu van mijn camera is leeg. En de reserve ook. Shoot! Om half acht liggen we in bed. Samen met de 40 anderen op de zolder van de refugio. Vijf stapelbedden tegen elkaar. Alle bedden gaan heen en weer als iemand zich omdraait.

Bijna iedereen staat om elf uur op. Wij pas een uur later als de meesten al zijn vertrokken. Ik heb hooguit één uur geslapen. Ik heb zwaar hoofd en neem uit voorzorg een pilletje tegen hoogteziekte. Als laatste verlaten we de refugio. Er wordt ‘s nachts geklommen omdat de conditie van de sneeuw dan beter is. Een paar jaar geleden stond de refugio nog aan de rand van de gletsjer. Nu moeten we 200 hoogtemeters klimmen over een zandhelling. Ook hier zijn de gevolgen van de opwarming van de aarde duidelijk merkbaar. Op het ijs gaan de stijgijzers onder en worden we onderling gezekerd met touw. Één gids voor twee klimmers.

We nemen een iets andere route en gaan de meute voorbij. Is dit de groep die een uur eerder is vertrokken? De pikhouweel gebruiken we als wandelstok. Deze houden we aan de bergkant en prikken we bij elke stap in de sneeuw. We springen een paar keer over een spleet. “Niet stilstaan, doorlopen!” krijgen we te horen. Er zijn twee technische stukken van 70% waar we moeten ijsklimmen. Julian gaat eerst en zekert het touw. Daarna kunnen wij – met behulp van de stijgijzers en de pikhouweel – via het touw omhoog. Het weer is perfect. Helder, droog en nauwelijks wind. De hoofdlamp hebben we amper nodig door het maanlicht. Hoe anders was het weer dat de groep uit de hostal in Quito had. Door de horizontale sneeuw kwamen ze als ijsmannen boven, zonder ook maar iets van de krater te zien.

Ik ben gelukkig met de keuze voor de kleding. Ik heb het behaaglijk zonder al te veel te zweten. We rusten weinig. Één keer op mijn verzoek. “Jullie willen veel te snel” moppert Julian. “Jij loopt voorop aan het touw” is mijn gedachte. Blijkbaar moet ik – als laatste – aan de rem trekken als het te snel gaat. Als ik vraag hoever het nog is, blijkt dat we er al bijna zijn. Na dik 4 uur staan we als eerste op de top! Terwijl er normaal 6 à 7 uur voor staat. Vlak na ons komen Davida en Christian boven. We moeten een uur wachten voor de zonsopkomst. Die we niet zien vanwege de bewolking in het oosten. Maar de krater zien we des te beter. En de Chimborazo – de hoogste berg van Ecuador – in de verte. We vieren een feestje, onze eerste echte summit!

Het eerste stuk naar beneden vinden we niet echt leuk. Een smal pad en een eindeloze steile helling aan onze linkerhand. De pikhouweel gaat bij elke stap stevig in de bergwand. We komen andere klimmers tegen. Eentje gaat kruipend omhoog, een ander is lijkbleek. Al snel hebben we de vaart erin. Met de zon erbij wordt het warm. Er kan een laagje kleding uit. Het wit van de sneeuw doet zeer aan de ogen. De zonnebril met space lenzen komt goed van pas. Nu het licht is, zien we de diepe spleten pas goed. Julian brengt nog wat variatie in de afdaling met een stukje abseilen en ijsklimmen. Het laatste stuk is fascinerend mooi. Bij terugkomst in de refugio is het water in mijn bidon nog half bevroren. Het was kouder dan ik dacht.

In de refugio krijgen we soep en thee. Op de weg terug in de auto kan niemand de ogen open houden. Ik hoop dat Julian achter het stuur dat wel kan. In de hostal kruipen we in bed voor nog een paar uur slaap. ‘s Avonds eten we Mexicaans om de hoek. Met heerlijke amandelmelk.

Periode: 2 t/ 10 juli 2012
Foto’s: Ecuador – Cotopaxi
Route: http://goo.gl/maps/NBufR

Comments

4 Responses to “Cotopaxi”

  1. Marchje en Geert Tinus
    september 30th, 2012 @ 10:09 pm

    Hey Wim,

    Jij hebt straks ontzettend veel te vertellen, wat een geweldige ervaring!! Ga jij in 2014 mee de Mount Everest te beklimmen? Ook weer prachtige foto’s. Super!!!

    Veel liefs uit Tynaarlo, ook van opa en oma!!

  2. Yvonne
    oktober 1st, 2012 @ 9:35 am

    Wauw!!

  3. Janke Greving
    oktober 1st, 2012 @ 6:45 pm

    Hoi Wim, wat weer een mooi verslag ! Ga je “straks”ook lezingen geven??
    Succes met je tocht.
    groeten Janke en Jan

  4. Niels van Gehlen
    januari 11th, 2013 @ 2:19 pm

    He Wim,
    Leuk om te lezen man! Ben in 2010 ook op de Cotapaxi (echter niet tot de top!)geweest en ook bij Quilotoa meer (mountainbiketrip). Bij Quilotoa ook op 3.800 meter hoogte oid geslapen, wat een aparte ‘onrustige’ ervaring!
    Grtz
    Niels

Leave a Reply