Wimsalabim

Op de fiets van Alaska naar Vuurland

Midden Peru

Posted on | december 17, 2012 | 7 Comments

In Trujillo is een Casa de Ciclistas. Een begrip in Latijns Amerika. Hier kunnen fietsers (soms tegen een geringe vergoeding) aankloppen voor een bed en een douche. De casa in Trujillo wordt gerund door Lucho, een fenomeen onder wereldfietsers. Hij is ook de man die mijn achterwiel onder handen neemt. Ik deel mijn kamer met een Argentijnse fietser. Hier hangen foto’s van Harry en Ivana. Die ga ik in het zuiden van Argentinië opzoeken. Er komen nog twee Argentijnse fietsers binnen. We gaan eten in een klein vegetarisch restaurant dat ik gisteren heb ontdekt. Een compleet menu voor 5 soles ($2).

Het ziet geel van de taxi’s in Trujillo. Ik doe een paar steekproeven. En stel vast dat 3 op de 4 auto’s een taxi is. De mannen achter het stuur hebben een gezamenlijke hobby: toeteren. Naar elkaar en elke potentiële klant: iedereen te voet. Dat is teveel enthousiasme voor mij. Ik boek een twee tours naar de twee grote attracties even buiten de stad. Chan Chan en Huaca del Sol y de la Luna.

Chan Chan is de oudste nederzetting in Zuid Amerika. Een indrukwekend stelsel van gangen en kamers. De plaza heeft een grappig accoustisch effect, het geluid van de zee wordt versterkt. Hier lopen ook de biringos rond. Kale honden met een hoge lichaamstemperatuur. Deze werden vroeger als bodywarmer gebruikt door mensen met artritis. De tour eindigt op het strand in Huanchaco. Hier zien we hoe mannen in drie uur een kano van riet maken. ‘s Avonds loop ik drie kilometer met mijn kamergenoot naar een ceviche restaurant. Het gerecht van rauwe vis dat in Trujillo is uitgevonden. We ontdekken dat ceviche een lunchgerecht is. Het restaurant is gesloten. We eindigen in een ‘pollo con papas’ restaurant.

De volgende ochtend stap ik in de collectivo naar Huaca del Sol y de la Luna. Samen met andere toeristen en een gids. Alleen Huaca de la Luna is geopend voor publiek. Alle lagen zijn bloot gelegd. De tempel is vijf keer vergroot en opgehoogd. Hier zijn waanzinnig veel adobe stenen voor gebruikt. Huaca del Sol opent naar verwachting over vijf jaar. Als de archeologen hun werk hebben gedaan. Van alle inheemse volkeren uit de oudheid vind ik de Moche de betere kunstenaars. Op de weg terug stap ik uit bij Mar Picante, het ceviche restaurant. Het is lunchtijd. De ceviche van het huis is een exotisch uitziend geheel. Een cocktailglas met allerlei soorten rauwe vis op een bord vol met schelpdieren. Het smaakt zoals het eruit ziet.

In de vroege ochtend verlaat ik de stad. Over de Panamericana door de woestijn. Langs campisinos waar suikerriet, druiven en meer wordt verbouwd. Deze worden streng bewaakt. Ik moet mijn paspoort inleveren als ik ergens voor de poort wil lunchen. Voor dit soort gevallen heb ik mijn verlopen paspoort. Ongeldig gemaakt met drie grote gaten. Niemand die hier vragen over stelt. Na 80 kilometer neem ik de afslag naar een privéweg met een controlepost. Hier heb ik het toilet hard nodig, de ceviche was toch iets teveel van het goede voor mijn maag. Het gaat verder over een slechte weg door een fantastisch mooi woestijnlandschap. Voor het eerst in Zuid Amerika zet ik mijn nieuwe tent op. Een mooi plekje langs een mooie rivier. Ik neem een bad. De volgende dagen ben ik niet al te fit. Het water bleek minder schoon dan ik dacht. Dat had ik kunnen weten, stroomopwaarts zijn mijnen en veel dorpjes. Ik maak kennis met de grotere soort zandvliegen. Zo veel en lang heb ik nog nooit jeuk gehad. De perfecte sterrenhemel doet de jeuk vergeten. Ik vind de Southern Cross die alleen op het zuidelijk halfrond zichtbaar is. Met mijn iPod vind ik ook andere sterrenbeelden zoals Kreeft en Boogschutter.

Na een warme nacht verlaat ik de privéweg. Geniet van 8 kilometer asfalt en neem dan weer een onverharde zijweg. Ik maan een pickup uit tegenovergestelde richting tot stoppen. En vraag of ik op de goede weg zit (dat verifieer ik altijd minimaal twee keer). Volgens de man achter het stuur is het 60 kilometer naar Yurucmarca. Slechts twee uur. Zie ik er zo snel uit? Ik bedank hem vriendelijk. Staand trap ik mijn weg bergop over ruwe steenslag met wasbord, mul zand en grind. Zes inspannende uren later bereik ik het kleine stipje op de kaart. De volgende dag gaat de weg verder omhoog. Door de vele tunnels van Cañón del Pato. Een woest rotslandschap met steenkool- en goudmijnen. Ik ontdek een scheur in de achterband. Te weinig spanning? De reserve komt goed van pas. Over asfalt bereik ik Caraz waar ik een rustdag neem.

In de Cordillera Blanca ligt Parque Nacional Huascarán met tientallen bergtoppen boven de 5000 meter. Een waar mekka voor klimmers en hikers. In Yungay neem ik de afslag naar het park. Halverwege heb ik vier honden achter me aan. Uit de losse pols gooi ik een handvol stenen. De grootste steen raakt de grootste hond. Ik schrik ervan, ook van het geluid dat de hond maakt. Normaal gesproken mis ik altijd. Maar het heeft het gewenste effect, de honden druipen af. Een laatste venijnige klim brengt me op 3800 meter. Hier gaat het vlak verder langs twee turquoise gekleurde meren. Polylepis bomen langs de oevers. Ik sla mijn kamp op aan een beekje. Hier is ook het basiskamp voor bergbeklimmers. Het koelt snel af, om zeven uur kruip ik in mijn slaapzak. De volgende dag daal ik weer af naar de doorgaande weg. In Huaraz ademt alles outdoor. Buitensportwinkels, touroperators, volle pizzeria’s en in supermarkten vind ik na lange tijd weer granola en energierepen. Mijn hostal heeft een zonnig dakterras met uitzicht op de bergen.

Ten zuiden van Huaraz neem ik de onverharde afslag naar sector Carpa, een ander gedeelte van het nationale park. Donkere wolken aan het einde van de dag als ik de ingang bereik. Van andere fietsers weet ik dat ik hier kan kamperen. Ik mag zelfs binnen slapen, samen met drie studenten uit Lima. Hier houdt de gastvrijheid niet op. Ik mag ook aanschuiven voor diner. ‘s Avonds leer ik een nieuw kaartspel. Buiten is het bitterkoud. Na een goede nacht en een stevig ontbijt maak ik me op voor de klim naar 4800 meter. Het landschap is letterlijk en figuurlijk adembenemend mooi. Uitgestrekte dalen en hooggebergte met witte pieken rondom. Hier groeien de reusachtige Puyas planten. In het woeste koude landschap kom ik een man tegen. Hij hoedt een kudde schapen en woont hier in een klein hutje. Om half vier ben ik op de pas en begin aan de afdaling. Koud en 50 kilometer lang. Langs de kant van de weg liggen twee honden op de loer. Tot mijn verbazing houden ze me bij. Ik schreeuw de longen uit mijn lijf om ze op afstand te houden. Dit is niet grappig. Ik passeer mijnen en grauwe stadjes. Na Huallanca heb ik een familie van maar liefst zeven honden achter me aan. Twee hebben hun tanden in mijn achtertassen gezet. Dat is slecht voor mijn gemiddelde snelheid. Ik knijp in mijn remmen, weg zijn ze. Stoppen werkt altijd. Ik eindig de dag in La Union.

Op weg naar Chavinillo roept bijna elke voorbijganger “¿De que pais?”. “¡Holanda!” is steevast mijn antwoord. Één van de mannen draagt een oranje shirt van Van der Vaart. In Chavinillo wordt het “fiesta del pueblos” gevierd. Ik merk er weinig van. Boodschappen doen is soms een uitdaging. In de 7e tienda vind ik yoghurt en bananen. Bij een wegcontrole krijg ik donuts van een politieman. Na Corona del Inca daal ik 2000 meter af naar Huanaco. Een lang smal lint in het berglandschap. Een smalle weg met strak asfalt in plaats van de slechte onverharde weg uit verhalen van andere fietsers. De Kotosh ruïne is één van de vele in deze omgeving. Het valt een beetje tegen na alles wat ik in Trujillo heb gezien.

Huanaco blijkt een modern stadje met een aangenaam klimaat. Een goede plek voor een rustdag. In een café werk ik aan een blog. Het oudste zoontje wil engels met mij oefenen. Even later zit de hele familie aan tafel. Een iPod (mijn woordenboek) hebben ze nog nooit gezien. Voor de zoon van de hoteleigenaar vertaal ik zijn visumaanvraag voor Duitsland. Hij gaat Duits studeren. Een dag later in Huariaca wil men mij aan Claudia koppelen. Ik stap op voordat de dame in kwestie wordt opgetrommeld. Snel door naar Cerro de Pasco op 4333 meter. In de lange klim luister ik naar Radiohead, Live, Placebo, the Verve, Kings of Leon, Muse, U2, Nada Surf, Nirvana, Bløf en the Cure. Cerro de Pasco is de hoogste stad ter wereld als ik het grote bord moet geloven. Gebouwd in een enorm gat dat een voormalige zilvermijn van de Spanjaarden was. Het is er koud, grauw en winderig. De hostal heeft één felbegeerde elektrische warme douche en geen verwarming. Op mijn bed liggen 5 dekens. In het chifa restaurant zit iedereen dik ingepakt aan tafel.

Op de hoogvlakte schijnt de zon. Ik zie voor het eerst vicuñas, ranke beesten met de duurst verkochte wol ter wereld. In Carhuamayo stop ik om een paar bananen te kopen. Een groepje mensen wil met mij op de foto. Ze verkopen er ook Pachamanca. Dat gerecht wil ik al een tijdje proberen, maar het is nog te vroeg voor diner. Ik eindig de dag in Junín. Daar vind ik enkel lauwe frieten met kip. Ten zuiden van Junín hebben de troepen van Bolivar de Spanjaarden in de pan gehakt. Ik bezoek het monument dat een klein museum is. La Oroya is de meest vervuilde stad ter wereld. Nergens anders hebben kinderen zo’n hoog gehalte lood in hun bloed. Oorzaak is de vervuiling door de mijnindustrie. Desondanks willen veel mensen hier werken. De lonen zijn hier aanzienlijk hoger dan elders. Dit vertelt Manuel uit Lima die hier een baan zoekt. Hier kan hij 1100 soles ($400) verdienen in plaats van 800. La Oroya is tevens het ‘grootste kruispunt’ in Peru. Ik neem de afslag naar Lima. De jongen van de hostal poetst mijn spiegeltje op. Ik ben klaar voor de klim naar 4800 meter. Op de top is het bewolkt en koud. Vanaf hier mag ik 150 kilometer afdalen naar Lima aan de kust. In de verte zie en hoor ik explosies. De voortdurende zoektocht naar grondstoffen. Ik maak een laatste stop in San Mateo waar de temperatuur al weer bijzonder aangenaam is.

Dichterbij Lima wordt het landschap weer droger. En het verkeer drukker. Zo nu en dan krotten langs de weg. Vanuit het oosten rijd 25 kilometer door de stad. De kortste weg. De route heb ik vantevoren in mijn gps geladen. Mijn hostal is in Miraflores, een populair uitgaansgebied. Heerlijk, even weer de geneugten van een stad! Ik probeer de Pisco Sour, de nationale cocktail. Verken het historische centrum. Spreek af Manuel, die geen werk heeft gevonden in La Oroya. Hang op het dakterras met andere gasten van de hostal. Ga naar de bioscoop voor de laatste Bourne film.

In Lima woont ook Arjan met zijn familie. We hebben voor hetzelfde bedrijf gewerkt in Nederland. Arjan heeft me bij hem thuis uitgenodigd voor lunch. Ik neem een taxi. Deze zet me af op de verkeerde plek. Heb ik te stevig onderhandeld over de prijs? Een tweede taxi brengt waar ik moet zijn. Arjan heeft het erg naar zijn zin in Lima. Tot mijn verrassing een paar traditionele gerechten uit de Peruaanse keuken. Ceviche (rauwe vis) en cuy (cavia). De tijd gaat snel. Met de bus ga ik terug naar het centrum.

Vanuit Lima wil ik met de bus naar Cusco. Ik koop een ticket. Cusco is mijn uitvalsbasis voor een bezoek aan Machu Pichu. In mijn hostal in Lima worden diverse tours aangeboden. Ik boek een vierdaagse hike/bike tour. Op zondagochtend fiets ik naar het busstation van Cruz del Sur. Het is fietszondag, een groot aantal doorgaande wegen zijn afgezet. Ik heb de tijd en fiets via de Huaca Pucllana ruïne. Een indrukwekkende berg adobe stenen middenin de stad.

Periode: 14 augustus t/m 8 september
Foto’s: Peru – Midden Peru
Route: http://goo.gl/maps/uRRU8

Comments

7 Responses to “Midden Peru”

  1. Anton
    december 17th, 2012 @ 8:42 pm

    Als je voor de kerst thuis wilt zijn dan schreef je dit zeker op het vliegveld, wachtend op de vlucht naar huis 😉

  2. Marchje en Geert Tinus
    december 17th, 2012 @ 11:33 pm

    Nog even je laatste verhalen plaatsen voor je vertrek naar huis, waar de rolletjes en de kniepertjes al op je staan te wachten. Tot de volgende week. Veel plezier op de lange vlucht naar huis. Groetjes mam en pap.

  3. Elma
    december 18th, 2012 @ 4:49 pm

    Hoi Wim,
    ik wens je een goede terugreis. De tijd is vast voorbij gevlogen voor je. Wat zal je koeder blij zijn als je weer veilig thuis bent 😉

    Groetjes Elma

  4. Henk Cobussen
    december 18th, 2012 @ 7:53 pm

    Hoi Wim,

    Ik volg je vanaf het begin, ik heb diep respect voor jou, geniet er nog even van.
    En een behouden thuiskomst gewenst.

    Groeten Henk Cobussen

  5. Yvonne
    december 19th, 2012 @ 11:22 am

    Hoi Wim,

    Ook van mij een goede reis terug! Heb je een maaltijd waar je erg veel zin in hebt? Zeg het me en ik maak het zondag voor je!

    Ik kijk er naar uit!

    Groetjes, Yvonne

  6. Oosting Folkersma
    december 21st, 2012 @ 9:58 pm

    Welkom terug Wim!
    Geweldig te weten dat je onderweg bent.
    En vooral ook voor de familie.
    Nog een paar uurtjes.
    Geniet er van!

    Willem, Geesje, Henk, Anneke, Dorine en Twan

  7. Rene
    december 23rd, 2012 @ 10:54 am

    Hé Wim,

    Prettige kerstdagen alvast gewenst.

    Mooi avontuur geweest zeg met zijn ups en downs. Veel nieuwe ervaringen opgedaan en vele foto’s gemaakt.
    Ik zat nog even terug te bladeren in je posts en zag dat je al midden 2011 in Alaska bent begonnen.

    Bij deze nogmaals prettige dagen gewenst bij je familie en vrienden en ik hoop dat je van deze ‘fiets-toer’ nog lang kan nagenieten.

    Gruß René

Leave a Reply