Wimsalabim

Op de fiets van Alaska naar Vuurland

Bergen en Gletsjers

Posted on | augustus 31, 2016 | No Comments

Met de boottocht over Lago del Desierto eindigt het avontuur van de Carretera Austral. De Fitzroy laat zich in volle glorie aanschouwen. Cerro Torre is de naam van de andere veelbesproken berg in het gebied. Twee extreem moeilijk te beklimmen reuzen. Iets hoger dan 3000 meter, maar slechts een enkele expeditie per jaar haalt daadwerkelijk de top. El Chaltén is hier de uitvalbasis voor de wereldtop van de bergklimsport. De zomer nadert, de start van een nieuw seizoen. De vijf fietsers op de boot genieten al het moois op afstand. Tegen een strakblauwe hemel. Dat is een geschenk. Er zijn klimmers die de berg vier weken lang alleen maar in de wolken hebben gezien.

Om zes uur ’s ochtends stak ik mijn hoofd buiten de tent. De Fitzroy verwelkomde me in alle stilte. Dat is nog eens wakker worden. De boot die ons vanuit het stukje niemandsland tussen Chili en Argentinië naar de bewoonde wereld brengt vertrekt op het middaguur. Dus ontbijten Sabrina, Fritz, Peter, Lars en ik op ons gemak. In het gras aan de rand van Lago del Desierto voor de Argentijnse douanepost. Eenmaal aan de overkant is het nog 38 kilometer over een zeer matige gravelweg naar El Chaltén. Alle tijd van de wereld. Alle tijd om het natuurschoon op de gevoelige plaat vast te leggen.

Eenmaal ter plekke kiezen Lars en ik voor een minder chaotische camping dan onze Duitse fietskameraden. De gratis campground uit de Lonely Planet is er al vijf jaar niet meer. We sluiten een mooie dag samen af in de pizzeria. Naast ons zitten klimmers uit Italië, ze hebben de Fitzroy beklommen. Lars stapt de volgende ochtend alweer op de fiets. Ik maak me op voor de hike naar Lago Lucia aan de voet van de Fitzroy. Het meer is voor de helft bedekt met ijs dat zo nu en dan met veel geraas van de gletsjer in het water valt. Wederom stralend weer. Terug op de camping kom ik een Nederlands stel tegen. Ook op de fiets. Gestart in Ushuaia, mijn eindbestemming.

Op naar El Calafate. De uitvalbasis voor een bezoek aan Parque Nacional Los Glaciares. Daar waar de grootste ijsvelden ter wereld liggen, buiten de poolgebieden. Een van de weinige gebieden ter wereld waar gletsjers nog groeien. En dat op zo een geringe hoogte. Van El Chaltén naar El Calafate kan in twee dagen schat ik in. Met warme empanadas in mijn tassen vervolg ik mijn weg. De eerste 90 kilometer ga ik als de brandweer. Met meer dan 30 kilometer per uur gemiddeld. Geen centje pijn. Op de Ruta 40 sla ik rechtsaf. Vanaf dat moment moet ik me tot het uiterste inspannen om 10 kilometer per uur te halen. Het gevecht met de beruchte wind. Hotel La Leona is een welkome stop. Ik trakteer mezelf op een kop koffie met appeltaart. Drie Amerikaanse toeristen willen met me op de foto als ze horen dat ik in Alaska ben begonnen.

Dat het hard kan waaien in Patagonië is een understatement. Op weg naar Parque Nacional Torres del Paine hoor ik later dat er een bus van de weg is gewaaid. De bomen groeien hier zelfs scheef. Het fenomeen zie ik terug op verkeersborden langs de route. Onder fietsers zijn levendige discussies over deze wind. Of je het beste in het noorden of zuiden kunt starten. Aangezien de wind overwegend uit het westen komt, pleit ik voor het eerste. Zeker wanneer je zoals ik vanuit Chili naar Vuurland voornamelijk in zuidoostelijke richting fietst. ’s Ochtends vroeg op is het devies. Als de wind nog op één oor ligt.

Wat doe je als fietser als je rustig wilt slapen? Het te hard waait om je tent op te zetten? En er in de wijde omtrek geen onderdak of andere vorm van beschutting is? In de voorbereiding op mijn reis las ik over fietsers die in duikers onder de weg sliepen. Dat vond ik op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Kon me niet voorstellen dat er geen andere opties zouden zijn. Waar lig ik zelf anderhalf jaar later? In een drooggevallen bedding onder ruta 40… Prinsheerlijk geslapen heb ik. Mijn Duitse vrienden zijn in de vroege ochtend ongemerkt over mij heen gefietst. Concluderen we als we elkaar later op dag weer treffen in El Calafate. Lars heeft een stuk gelift.

In El Calafate boek ik een tour met de bus naar Parque Nacional Los Glaciares. Een flinke hap uit mijn budget. Vooral de Big Ice tour doet pijn. De begeleide tocht over de gletsjer wordt echter warm aanbevolen. De Duitsers gaan op de fiets over de doodlopende weg naar de eeuwige ijsvelden. Ze hebben het plan opgevat om van daaruit door te steken naar Parque Nacional Torres del Paine. Er loopt geen weg. Het enige wat ze hebben is een gps track. En een illegale border crossing. Mij niet gezien.

Mijn uit de kluiten gewassen kamergenoot in de hostel snurkt en woelt als een malle. Dusdanig dat mijn oordoppen geen effect sorteren en het stapelbed vervaarlijk beweegt. De andere kamergenoot zoekt midden in de nacht zijn heil ergens anders. Dat alles ben ik snel vergeten als ik eenmaal in de bus zit. De Perito Moreno is de meest indrukwekkende van de meer dan vijftig gletsjers op de Campo Hielo Sur. De uitloper van deze gletsjer vormt de scheiding tussen twee meren waar we zicht op hebben. Het waterniveau tussen beide meren neemt toe totdat het ijs de druk niet meer aan kan. Begin dit jaar waren 2500 mensen getuige van dit spektakel. De laatste keer daarvoor was in 2008.

De deelnemers aan de Big Ice tour mogen met de boot naar de overkant. De hike gaat eerst langs de enorm hoge muur van ijs. Eenmaal op de gletsjer gaan de stijgijzers onder. Drie groepen van elf personen met elk twee gidsen. We zoeken onze weg over de immense ijsvlakte. Met 10 tot 15 graden is het bepaald niet koud. Het dikste punt van de ijslaag is 700 meter, dat is tot 400 meter onder zeeniveau! Het gewicht van het ijs drukt de grond weg. Het midden van de gletsjer beweegt 2 meter per dag. We slingeren langs spleten en waterstromen. Het water kleurt helder in alle schakeringen blauw. Dit had ik niet willen missen. Het ijs in de whisky op de terugvaart komt natuurlijk van de gletsjer. Salud!

Wederom vers gebakken empanadas in mijn fietstassen. Ik fiets 32 kilometer terug over de weg waar ik vandaan kwam. Vanuit tegenovergestelde richting begroet ik fietsers van Bike Dreams. Het laatste treffen was in Bolivia. Het is heerlijk zacht weer en de wind is me gunstig gezind. Lange rechte wegen over een oneindige vlakte. Bij nader inzien snap ik de schaal en het weinige detail van de kaarten. Er is gewoon niet meer dan dit. Na 95 kilometer een hulppost waar ik mijn bidons mag vullen. Levensmiddelen zijn niet te verkrijgen, hoewel dit in mijn Bikebuch staat vermeld. Geen nood. Twintig kilometer verder zet ik mijn tent op achter een verlaten politiepost. Neem een verfrissend bad in de rivier. En verzamel een aantal stenen die de moeite waard zijn. Ik geniet alleen – maar niet eenzaam – in een onherbergzaam landschap.

Ik ga verder over de gravelweg die slechter wordt. De wind steekt op. Na 45 kilometer in Tapi Aike weer asfalt. Het is tijd voor de lunch. Een klein katje probeert langs mijn blote benen omhoog te klimmen. Tijd om te gaan. De wind heb ik nu vol tegen. Geen enkele beschutting op de kale vlakte. De snelheid zakt weer tot 10 kilometer per uur. Lichte miezerregen. Het kwik daalt van 18 naar 8 graden. De regenkleding gaat aan. Op de afslag naar de grens weer gravel. Maar nu met de wind in de rug. De douane van Chili is in Cerro Castillo. Na het afhandelen van de formaliteiten moeten mijn tassen open. De honing mag het land niet in. In verband met de eerder genoemde maatregelen tegen fruitvliegjes.

De hospedaje in het dorp is vol. Het regent nog steeds. Het idee om de tent op te zetten is weinig aanlokkelijk. Er staan twee fietsen voor een cafetaria. Binnen zit een Noors stel in fietskledij achter een hamburger. Ik schuif aan en bestel hetzelfde. De eerste fietsers uit Scandinavië die ik op mijn reis ontmoet. Na vijf maanden op de fiets door Europa gaan Anders en Birkit nu noordwaarts naar Alaska. Aan gesprekstof geen gebrek. Wel aan slaapplaatsen. We vragen de eigenaresse of we onze tenten naast het cafetaria mogen opzetten. Voor deze vraag verwijst ze ons naar de politie aan de overkant. Deze verwijst ons op hun beurt naar een tweede hostel. Marcela van de cafetaria weet te vertellen dat deze is gesloten. Ze pleegt een telefoontje. Kort daarna arriveert een man die ons gebaart om hem te volgen.

Niet veel later hangen onze natte spullen te drogen bij een houtkachel. Onze gastheer heet Angel en hij hoedt schapen. Vijfduizend in totaal. Hij haalt zijn accordeon tevoorschijn. En een dvd met de meest dodelijke rodeo ongelukken. Daarna een dvd met hits uit de jaren tachtig. Sabrina en 2 Unlimited vullen de ruimte. Angel haalt een schapenpoot uit de kamer waar ik mag slapen. Het vlees gaat met ui in een grote pan op de houtkachel dat tevens dienst doet als fornuis. We laten het ons heerlijk smaken. De volgende ochtend staat Marcela van de cafetaria op de stoep. Met de vraag of we ontbijt willen. De baas van Angel komt even later terug met brood, jam, boter en fruit. We voelen ons overweldigd door zoveel gastvrijheid. Dit is blijkbaar wat er wordt bedoeld met Southern hospitality.

Samen met Anders en Birkit ga ik nog langs het cafetaria om Marcela hartelijk te bedanken. Onder het genot van een kop koffie praten we nog even verder. Over het fietsevenement Trondheim – Oslo dat elk jaar plaatsvindt op de langste dag van het jaar. Anders en Birkit wonen in Trondheim. Het evenement was de start van hun reis. Om elf uur nemen we afscheid en scheiden onze wegen.

Torres del Paine is het volgende park op mijn route. Op de weg er naar toe spot ik schapen, emoes, guanacos en een vos. Het is fris maar droog. De entree voor het park is pittig voor enkel een doortocht. Ik besluit niet te hiken. In het park gaat het flink op en neer. De Torres zitten in de wolken en laten zich niet zien. Na 85 lange kilometers een prijzige campground aan Lago Pehoe. Ik douche lang om weer warm te worden. In het avondrood laten de bergen van het park zich alsnog zien. Aan de rand van het meer geniet ik van het uitzicht tot ik het koud krijg. De tent blijft in de tas. Een halfopen shelter biedt een droge slaapplek.

Na nog eens honderd lange heuvelachtige kilometers over een slechte weg bereik ik Puerto Natales. Wederom geen goede fietsbenen vandaag. Ik vind onderdak in een rustige hostel uit de Lonely Planet. Tot ver na middernacht werk ik me door vele foto’s. En maak een matige fles wijn soldaat.

Periode: 24 november t/m 4 december 2012
Foto’s: Chili & Argentinië – Bergen en Gletsjers
Route: https://goo.gl/maps/P7y8cnEo34t

Comments

Leave a Reply